Het Leliehaantje is vrijwel de hele lente en zomer te zien, van april tot augustus, en leeft zowel als kever en als larve op diverse soorten lelies. Vooral de larven, die minder opvallend maar des te vraatzuchtiger zijn, kunnen grote schade veroorzaken aan de plant, met name de bladeren ervan. Kevers zijn meer bezig met voortplanten dan met eten en vallen bovendien goed op zodat ze makkelijk te vangen zijn.
Vogels mijden de volwassen kever omdat deze vies smaakt. De larve heeft een oranje, made-achtig uiterlijk en een zwarte kop. De camouflage van de larve is ongebruikelijk: de eigen slijmerige ontlasting wordt op de bovenzijde van het lichaam uitgesmeerd. Hierdoor lijken ze sprekend op een hoopje vogelpoep, dat door geen enkel dier gegeten wordt.