Mineermotten zijn kleine nachtvlinders. De rups van de mineermot vreet gangen in bladeren, hierdoor ontstaan bladmijnen. Bladeren verkleuren bruin en sterven hierdoor af.
De Kastanje Mineermot treedt de laatste jaren fors op, waardoor de boom al medio zomer bijna in herfsttooi gehuld gaat. Hierdoor kunnen er geen goede eindknoppen gevormd worden en zal de boom ieder jaar in vitaliteit achteruit gaan, wanneer de mineermot niet wordt aangepakt.
De Mineermot kan ook een belangrijke bron van verspreiding van schimmels en bacteriën zijn!
Chemisch is deze plaag niet te bestrijden omdat een groot aantal middelen niet meer zijn toegelaten en omdat de larve tussen de bladlagen zit.
Door de boom zijn vitaliteit terug te geven, zal deze minder vatbaar zijn voor de Bloedingsziekte.
Jeneverbes - mineermot: Deze mot richt zich alleen op coniferen. Eitjes worden tussen de schubben afgezet. Bij het uitkomen boren de rupsjes een gat in de naaldschubben. Doordat ze enkele malen verhuizen zijn er meerdere gaatjes te vinden. Aangetaste naalden zullen bruin worden en vallen af.
De mot vliegt van half mei tot half juni. In deze tijd worden ook de eitjes afgezet, welke in juni uitkomen. Voor juni moet de behandeling dus gestart zijn.
Linde - mineermot: (Phyllonorycter issikii)
Deze bladmineerder richt zich op de Linde (Tilia). De larve is deels geel , deels wit. Het schijnt een snel opkomende aantasting vanuit het Oostblok via Duitsland te zijn. De bladeren vallen vroegtijdig af en zijn voorzien van bruine stippen. Er zijn ons nog onvoldoende gegevens over bekend. De aantasting lijkt op die van de kastanjemineermot. De schade schijnt niet groot te zijn. Wij hebben er nog te weinig ervaring mee om er een oordeel over te kunnen vellen. Of er mogelijk een verband bestaat met de verschijnselen van de inmiddels waargenomen bloedingsziekte van lindebomen is nog onduidelijk, maar het heeft zeker onze aandacht.