Rupsen in het algemeen
De verscheidene rupsensoorten zijn verschillend qua grootte en kleur. Je treft ze al aan vanaf april tot ver in oktober.
Naargelang de soort rups, varieert de beschadiging: wegvreten van de rand, vreten van gaten, vensters of geraamten.
Bij een overbevolking van de rupsen in een gewas zullen de rupsen andere, mogelijk gezonde, waardplanten opzoeken en aantasten.
Doordat de plaag zich kan uitbreiden naar gezonde gewassen, is het van belang de rupsen al af te weren, voordat ze ook maar schade kunnen aanbrengen. Beschadigde bomen worden in het begin sneller aangetast. Een beschadiging dient dus zo snel mogelijk behandeld te worden.
Bij preventieve behandelingen zal er geen overlast ontstaan voor mens, dier en plant. Lees hier meer...
De drie meest schadelijke rupsen zijn op dit moment de Eikenprocessierups, de Bastaardsatijnrups en de Spanrups:
Eiken-Processierupsen (Thaumetopoea processionea)

Begin september zetten de vrouwtjesvlinders (Thaumetopoca processionea) hun eitjes af in de toppen van eikenbomen. De eitjes komen in april - mei uit, tegelijk met de eerste bladeren van de waardplant, de eik.
In dit stadium (en eerder) zouden de bomen preventief behandeld kunnen worden, zodanig dat de rups geen lekker voedsel kan vinden en daardoor dood gaat vóórdat hij de gevaarlijke brandharen ontwikkelt.
De rupsen zijn op dit moment dan nog oranjeachtig van kleur. Later verkleuren ze naar grijsgrauw met lichtgekleurde zijden. De rupsen zijn tot 3,5 cm lang.
Ze verschuilen zich overdag in een spinselachtig nest op de stamvertakkingen. In de avond bewegen ze zich in een processie naar de toppen van de boom om te smullen van de bladeren van de eik. In een korte tijd wordt op die manier een boom compleet kaal gevreten.
Na de derde vervelling krijgen de rupsen de beruchte, donkere brandharen op de rug. Iedere rups heeft er honderdduizenden van, die ze afschieten bij gevaar. Deze haartjes verspreiden zich met de wind en kunnen zo in contact komen met mensen en dieren. Deze haren hebben weerhaakjes die zich vastzetten in de huid, ogen en luchtwegen. De haren geven eiwit-achtige stoffen af die een fors allergische reactie kunnen veroorzaken. Zoals huiduitslag, zwellingen, rode ogen en hevige jeuk. De symptomen kunnen weken aan houden.
In september verwaaien de inmiddels lege nesten, die wederom deze zelfde allergische reactie teweeg kunnen brengen.
Door bomen te behandelen voordat de rupsen uit de uitjes komen zou er veel narigheid voorkomen kunnen worden. Hetzelfde geldt voor de bastaardsatijnrups.
Bastaardsatijnrups
Eigenlijk qua overlast gelijkend op de eikenprocessierups.
Het verspreidingsgebied omvat het duingebied en de waddeneilanden. De rups komt vooral voor op struikgewassen in het duingebied zoals de duindoorn, maar begeeft zich ook wel eens naar het strand zelf. Er hoeft niet altijd rechtstreeks contact te zijn met de rups om klachten te krijgen. Het beest is te herkennen aan een donkerbruine kleur en zijn lange geelbruine haren. Daarnaast heeft deze rups kortere zwarte brandharen met weerhaakjes. Deze miniscule haartjes kunnen met de wind worden meegevoerd waardoor ze op huid of kleding van duingangers, badgasten en honden kunnen terechtkomen. Achter op de rug van de rups zitten twee helderrode wratjes. De symptomen bij mensen zijn jeuk, huiduitslag, irritatie aan de ogen en/of aan de luchtwegen.
De spanrups van de kleine wintervlinder (Operophtera brumata L.)

Door de toename van de kleine wintervlinder is er dit voorjaar een verbazingwekkend
aantal kleine groene rupsen (spanrupsen) te zien, die
met name de eiken, esdoorns en andere loofbomen vrijwel helemaal kaal eten.
Uit onderzoek in Canada is gebleken dat bij vier opeenvolgende jaren van gedeeltelijke bladverlies van deze aangetaste bomen kan leiden tot taksterfte. Terwijl volledig bladverlies kan leiden tot boomsterfte.
Dit komt omdat de verzwakte bomen hun natuurlijke afweer kwijt raken en belaagd zullen worden door secundaire aanvallers zoals de larven van de eikenprachtkever, schorskevers , hout-en stamboorders e.d. De larven van deze kevers maken lange slingerende gangen onder de schors van verzwakte bomen, waardoor deze afsterven.
De mot (volwassen stadium van de vlinder ) paart in het late najaar, het vrouwtje legt haar eieren in losse schors (-spleten) of mos en sterft dan. De eieren overwinteren. Deze zijn eerst groen, later oranje en in maart verkleuren ze van helderblauw tot bijna zwart. De eieren komen uit eind maart - midden april De pas uitgekomen larven kruipen in de bomen en produceren zijdedraden. Via dit zijdeachtige gesponnen dradenweb verplaatsen zij zich door de lucht, ook wel ballonvaart genoemd.
Wintervlinder rupsen zijn lichtgroen rupsen met aan weerszijde van het lichaam een vage witte streep. Ze hebben slechts twee paar buikpoten en verplaatsen zich dus a.h.w als een lus.
De jonge rupsen leven van zowel bloem- als bladknoppen, terwijl de oudere rups zich te goed doet aan groot blad.
(Bron: Universiteit van Massachusetts )
Rupsen van Stippelmotten of Spinselmot (Yponomeuta)

Spinselmotten bedekken kardinaalsmutsstruiken, meidoorns, sierkersen, populieren of wilgen met een dicht spinsel. Dat ziet er wat spookachtig uit. De rupsen leven in een spinselnest, van daaruit ondernemen ze de vraattochten en bij onraad vluchten ze terug in het veilige nest. 
Stippelmotten hebben één generatie per jaar. De vlinders vliegen van juni tot augustus. Ze leggen hun eieren in groepen van twintig tot vijftig stuks op de takken van de voedselplant. De rupsen brengen de winter door in de beschutting van hun eischaal en wat spinsel. In mei vormen ze een groot spinselnest, waarin ze tezamen leven en ook verpoppen. Soms vreten zij daarbij alle bladeren van hun voedselplant op, waardoor een geraamte van takken en spinsel overblijft.